Waar is het verhaal - Het Jaar van de Ruimte


[Ronald Löhr] - Ruimtelijke kwaliteit, weinigen zullen er tegen zijn. Dat is nu zo en dat was meer dan tweeduizend jaar geleden, in de tijd van Vitrivius, al zo. Zijn zo vaak benutte drie-eenheid van gebruiks-, toekomst- en belevingswaarde heeft menig discussie over “mooi” en “lelijk” richting gegeven. Over de schoonheid van Nederland valt misschien niet te twisten, maar over kwaliteit móet wel gedebatteerd worden. Waar we namelijk ook behoefte aan hebben is een verhaal, een waar verhaal. En daarom houd ik hier, aan de vooravond van het Jaar van de Ruimte, een warm pleidooi voor een nieuw verhaal voor de inrichting van dit mooie land.

Het was bijna een gewetensvraag die me overviel. Want wanneer dacht ik zelf echt en werkelijk na over ruimtelijke kwaliteit? Net als velen vind ik bepaalde landschappen, steden, gebouwen mooi. En natuurlijk vind ik met vele anderen ook projecten en ontwikkelingen lelijk. Met name langs snelwegen overvalt me regelmatig een zwaar gemoed over het ontbreken van aandacht voor ruimtelijke kwaliteit. Maar nam ik dat alles niet veel te gemakkelijk voor kennisgeving aan hierbij?

Want dat is denk ik de crux als het gaat om ruimtelijke kwaliteit, de aandacht, of het gebrek eraan, bij het nadenken over de inrichting van het land.

Kijk je in vogelvlucht terug op meer dan een eeuw aandacht voor de leefomgeving in Nederland, dan ontdek je af en toe een verhaal in het beleid. Een verhaal over wáárom ruimtelijke ordening er toe doet en wat de bijdrage van een verhaal is voor ruimtelijke kwaliteit. Particuliere woningbouwverenigingen, de Woningwet, de Tweede Nota Ruimtelijke Ordening, er werd vorm gegeven aan Nederland. Die Tweede Nota, die alom geroemde nota met de blokjeskaart, vertelde een verhaal en juist dat heeft Nederland internationaal op de planningskaart gezet. Het heeft de alom bejubelde aandacht voor ruimtelijke kwaliteit doen ontstaan.

Ik mis tegenwoordig, in de tijd van nadruk op economische functionaliteit, het verhaal over de inrichting van Nederland en daarmee de expliciete aandacht voor ruimtelijke kwaliteit. De Vinex is, ik geef het toe, ook door mij, lange tijd de meest onderschatte nota in ons ruimtelijke beleid geweest. Het is vooralsnog wel de laatste landelijke nota dat het verhaal goed in zich wist te dragen. Een verhaal waarvan de zeggingskracht vergelijkbaar is met die van de Tweede Nota. Het beeld van de grootschalige woonlocaties aan de rand van de stad en de daaraan verbonden vermeende eentonigheid is niet waar gebleken. Zeker niet als je het beziet in de context van andere grote gerealiseerde projecten zoals de naoorlogse stempelbouw of de bloemkoolwijken van de jaren tachtig.

Het is echter niet de veelvormigheid en verscheidenheid die de Vinex siert. Naast een “wat” en een “hoe” was er vooral een “waarom”. Het was het verhaal van de terugtrekkende overheid, het betrekken van de markt, de mainports, de (lucht)havens en de stations en het sturen op mobiliteit. En het was het verhaal van meebewegen met de natuur (ruimte voor de rivier!) en over Nederland in Europa. Het was bovendien een verhaal over waarom we Nederland moesten inrichten.

Slechts heel weinig thema’s zijn terug te vinden in de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De luiken gaan dicht bij de grens, enorme kansen van ruimtelijke sturing langs infrastructuur worden niet ingevuld, de grote nieuwe opgaven worden maar mondjesmaat aangestipt. De structuurvisie dicteert verdere decentralisatie zonder er invulling aan te geven. Het verhaal ontbreekt en de aandacht vanuit het Rijk voor ruimtelijke kwaliteit is ver te zoeken.

Energietransitie, krimp en groei, water- en voedselvraagstukken, klimaatadaptatie, mobiliteitsopgaven, maar ook het verhaal van Nederland in Europa, het zijn grote vraagstukken waar we voor staan. En grote vraagstukken vragen om een helder verhaal. De nieuwe opgaven dwingen ons het verhaal te benutten als drijvende kracht achter ruimtelijke ordening.

Je zou kunnen zeggen dat er ten tijde van de Vinex sprake was van verlicht depotisme – het was immers een nota die nog in “Den Haag” werd bedacht. Die tijden zijn voorbij. De overheid moet de dialoog aangaan met bewoners, ondernemers en andere betrokkenen om van het verhaal de drijvende kracht achter de ruimtelijke inrichting te maken. Het verhaal moet weer verteld kunnen worden. De interessante voorbeelden zijn er. Het Nieuw Utrechts Toneel bijvoorbeeld, dat de ruimtelijke metafoor gebruikt in de zoektocht naar geluk. Of de Peer Group, het onvolprezen locatietheater, dat het verhaal weet te vertellen van deze ontwikkelingen. Zij dagen het publiek uit na te denken over wat ontwikkelingen voor hun omgeving betekenen. En wat voor hen ruimtelijke kwaliteit inhoudt.

De ruimtelijke gemeenschap moet ook het verhaal gaan vernieuwen en vertellen. En daarvoor is het juist nu de tijd, bij de aftrap van het Jaar van de Ruimte. Een nieuw verhaal passend in een samenleving van co-creatie, bottom up en spontane ontwikkelingen. Het moet een consistent verhaal zijn en met een heldere ambitie. Met zo’n verhaal brengen we ruimtelijke kwaliteit weer terug waar het hoort: op de politieke en maatschappelijke agenda.

Ronald Löhr, 6 september 2014 Eerder al verscheen dit verhaal als ‘blog’ op de website van het Jaar van de ruimte: www.wiemaaktnederland.nl

De Eo Wijers-stichting zet zich in voor ruimtelijke kwaliteit in de regio. Het afgelopen jaar heeft ze met vijf stedelijke regio’s hier aan gewerkt. Onlangs heeft de stichting na advies van een vakjury de regio Stedendriehoek (Deventer-Zutphen-Apeldoorn) gekozen als prijsvraagregio voor de 10e Eo Wijers-prijsvraag.

www.eowijers.nl

#ronaldlöhr #herfsteditie #jaarvanderuimte

Featued Posts 
Recent Posts 
Find Me On
  • Facebook Long Shadow
  • Twitter Long Shadow
  • YouTube Long Shadow
  • Instagram Long Shadow
Other Favotite PR Blogs
Serach By Tags
This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now